De eerste resultaten van de praktijkproeven


In 2021 en 2022 hebben telers samen met HLB onderzocht hoe verschillende ziekten en plagen op een minder Milieubelastende manier bestreden kunnen worden. Graag nemen we u mee in de eerste resultaten. Deze verschillen per jaar, maar geven ook een mooi beeld van de opbrengst van de praktijkproeven tot nu toe.

Gezond plantgoed

Ter bescherming van het plantgoed en om te voorkomen dat er tijdens de veldperiode moet worden ingegrepen, krijgen de bollen een zogenoemde plantgoed behandeling. Met als gevolg minder milieubelasting. In het
onderzoeksprogramma worden verschillende behandelingen van plantgoed vergeleken. Omdat de lelie een meerjarige teelt kent, zal het effect van de verschillende behandelingen pas echt duidelijk worden na een paar jaar.

Beheersing van vuur

Bollen als tulpen, lelies en narcissen kunnen aangetast worden door de schimmelziekte Botrytis, in de volksmond aangeduid als ‘vuur’. Als de omstandigheden voor de schimmelgunstig zijn, verspreidt de schimmel zich alseen lopend vuurtje. Bij onvoldoende beheersing kan het een gewas volledig kapotmaken, zeker als het veel regent. In het onderzoek zien we dan ook grote verschillen over de jaren. 2021 was een nat jaar met hoge vuurdruk en hoewel 2022 ook startte metregelmatig regen was het in de tweede helft van de zomer heel droog. We hebben in het onderzoek gezien dat deze schimmel onder controle gehouden kan worden door de inzet van een waarschuwingssysteem. Het waarschuwingssysteem geeft de teler advies wanneer het nodig is om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken voor het bestrijden van vuur. Daarnaast wordt het aantal toepassingen afgestemd op de gevoeligheid van de soort. De milieubelasting werd daarmee bij mindergevoelige met 27 tot 44% verminderd. Bij gevoelige soorten was de besparing minimaal, namelijk ten hoogste 3%. De besparing in milieubelasting was in 2021 door de nattere weersomstandigheden hoger dan in 2022. Er wordt in het programma ook geëxperimenteerd met plantversterkers, maar deze resultaten zijn nog onvoldoende zichtbaar. Het programma neemt het initiatief een rassenlijst te ontwikkelen waarin de verschillen tussen de leliesoorten beschikbaar komen voor de sector.

Akkerranden en bloemstroken

Luizen verspreiden virussen en zijn daarom een niet graag geziene gast op de bollenvelden. Een minimum aantal aan luizen is al voldoende om veel virus te verspreiden. Om het aantal luizen te verminderen is in 2021 en 2022 geëxperimenteerd met akkerranden en bloemstroken. De bloemen trekken natuurlijke vijanden van de luis aan. In 2021 bleek dat positief te werken voor de vermindering van luizen in het veld. In 2022 was het effect niet duidelijk zichtbaar. De akkerranden en bloemstroken lijken onvoldoende robuust om virusaantasting te voorkomen, maar hebben een gunstig effect op natuurlijke vijanden en ook de biodiversiteit neemt toe.

Meer over luizenbeheersing

Er zijn diverse proeven uitgevoerd om virusoverdracht te voorkomen door het toepassen van biologische olie. Voor een optimale werking is het nodig om de planten zeer regelmatig met deze olie te bespuiten.Soms moet dit vaker dan de standaard bespuitingen. Het voordeel is dat er minder
chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt hoeven te worden. Daarnaast zien we grote verschillen tussen de soorten als het gaat om de gevoeligheid voor virussen. Het programma wil daarom, evenals bij vuur, een rassenlijst ontwikkelen waarin de verschillen tussen leliesoorten beschikbaar komen voor de sector.

Toepassing middelen met een lage milieubelasting uit andere teelten
Afgelopen periode is er ook ingezet op het beschikbaar krijgen van gewasbeschermingsmiddelen met een lage milieubelasting voor de lelieteelt. Een aantal middelen zijn in het programma getest met goed resultaat. Dit betekent dat de leliesector de milieubelasting verder kan verlagen als zij kunnen beschikken over deze middelen. Daarvoor is nodig dat de overheid deze middelen toestaat in de bloembollensector. Hierover worden nu gesprekken gevoerd met de overheid en sector.

Biologische teelt

De haalbaarheid van de biologische teelt, keten en markt krijgt ook aandacht binnen het Programma Duurzame Bollenteelt Drenthe. Deelnemende telers die al ervaring hebben opgedaan met de biologische teelt van lelies bundelen hun kennis. Het doel is niet alleen om de haalbaarheid voor een biologische teelt te toetsen, maar ook de verwerking (broei) en afzetmogelijkheden van biologische lelies. Wil de consument ook daadwerkelijk biologische leliebollen kopen? De voorbereidingen zijn eind 2022 gestart en krijgen een vervolg in 2023.

Meer proeven en resultaten

Na het rooien van de bollen kunnen de opbrengst en de kwaliteit van de praktijkproeven pas goed bepaald worden. Een aantal bollen wordt ook in kassen opgekweekt om te bepalen of de toegepaste methoden en middelen geen nadelig effect hebben op de bloemvorming. Meer resultaten volgen het komende jaar. De onderzoekscommissie zal binnenkort besluiten wat de precieze invulling voor 2023 zal zijn. Daarnaast starten we ook met biologische lelieteelt.